Bierstijlen uitgelegd

Een bierstijl is een type bier met herkenbare kenmerken, zoals kleur, alcoholpercentage, bitterheid, aroma en mondgevoel. Die kenmerken komen vooral uit de combinatie van mout, hop, gist en het brouwproces. Mout bepaalt de basis en geeft kleur en smaken zoals brood, karamel of geroosterd. Hop zorgt voor bitterheid en geur, van kruidig tot citrusachtig. Gist bepaalt tijdens de vergisting een groot deel van het karakter, bijvoorbeeld fruitige of kruidige tonen. Ik gebruik bierstijlen altijd als richtlijn: als ik weet welke stijl ik wil brouwen, kan ik veel gerichter kiezen welke ingrediënten passen en welke stappen belangrijk zijn. Maar het leuke aan zelf bier brouwen is dat het daarna helemaal aan jou is om aan een bierstijl een bepaalde twist mee te geven!

Uitleg per bierstijl

Hieronder vind je alle bierstijlen die ik op Brouwpunt heb uitgewerkt. Gebruik dit overzicht om snel een stijl te kiezen die past bij jouw smaak, of om stijlen met elkaar te vergelijken. Klik op een bierstijl en je komt direct bij de uitleg, met de belangrijkste kenmerken en waar je op let als je deze stijl zelf gaat brouwen.

Lees hier alles over zelf bier brouwen

Bierstijl herkennen: 6 praktische tips

Als ik een bierstijl wil herkennen, kijk ik niet naar één ding maar naar een paar vaste signalen. Met deze zes punten kom je meestal al heel ver, ook als je geen stijlgids naast je hebt.

Populaire bierstijlen uitgelicht

Bierstijl - Blond

In het kort

  • Karakter: goudblond, doordrinkbaar, licht moutig met een zachte bitterheid
  • Smaak: biscuit en licht zoet, soms een klein fruitig randje door de vergisting
  • Richtwaarden: meestal 6 tot 7,5 procent alcohol en ongeveer 20 tot 30 IBU
  • Gist: schoon tot licht fruitig, zonder zware kruidigheid
  • Let op: te warm vergisten kan het bier snel te fruitig of wat scherp maken
  • Mijn aanpak: ik hou blond altijd strak en fris, met een slanke body en voldoende koolzuur

Blond uitgelegd

Blond is een toegankelijke bierstijl met een frisse, zachte basis. De kleur zit meestal in het goudblonde bereik en de smaak is vooral in balans. Je proeft lichte moutsmaken zoals brood en biscuit, een mild zoetje en een nette bitterheid die het bier afmaakt zonder hard te worden. Het gistkarakter blijft vaak subtiel. Soms proef je een licht fruitig accent, maar blond hoort vooral schoon en doordrinkbaar te blijven.

Ik herken een blond meestal aan drie dingen. De kleur is goud tot licht amber, de geur is licht moutig met eventueel een klein fruitig randje en de afdronk is zacht bitter. Het bier voelt meestal niet zwaar aan, maar wel rond genoeg om niet waterig te worden.

Bij blond draait het voor mij om balans. Als de body te vol wordt, gaat het snel plakkerig aanvoelen. Als de bitterheid te hoog is, wordt het eerder hoppig dan blond. Ik stuur daarom vooral op een schone vergisting, een slanke body en een bitterheid die het bier fris houdt.

Mout
Een lichte basismout doet het meeste werk. Een kleine toevoeging van een licht karamoutje kan net wat ronding geven, maar ik hou dat bescheiden zodat het bier droog en doordrinkbaar blijft.

Hop
Kies hop die ondersteunend is en niet de show steelt. Een milde, kruidige of bloemige hop past meestal het best, met de nadruk op een rustige bitterheid en een subtiel aroma.

Gist
Ga voor een gist die schoon vergist of alleen licht fruitig is. Daarmee blijft de stijl herkenbaar en kun je de mout en hop mooi laten samenwerken.

Vergisting en rijping
Een blond wordt snel slordig als de vergisting te warm gaat. Ik hou de temperatuur liever stabiel en geef het bier daarna even rust om helder te worden en te ronden. Met voldoende koolzuur komt het frisse karakter mooi naar voren.

Bierstijl - Weizen

In het kort

  • Karakter: licht en troebel, romige body en vaak een dikke schuimkraag
  • Smaak: zacht moutig met banaan en kruidnagel door de vergisting, laag bitter
  • Richtwaarden: meestal 4,5 tot 5,5 procent alcohol en ongeveer 10 tot 18 IBU
  • Gist: echte weizengist, die zorgt voor het typische fruitige en kruidige profiel
  • Let op: te warm vergisten kan het banaankarakter overheersen en het bier wat log maken
  • Mijn aanpak: ik mik op balans tussen banaan en kruidnagel, met een frisse doordrinkbaarheid

Weizen uitgelegd

Weizen is een tarwebier dat bekend staat om zijn zachte, romige mondgevoel en het typische gistkarakter. De stijl is meestal licht van kleur en vaak troebel, omdat hij traditioneel niet volledig helder wordt weggezet. In de smaak draait het minder om hop en meer om mout en vooral de vergisting. Daar komen de herkenbare aroma’s vandaan die mensen vaak omschrijven als banaan en kruidnagel.

Ik herken een weizen meestal direct aan de geur en het mondgevoel. Het bier ruikt fruitig en kruidig tegelijk, heeft een volle schuimkraag en voelt zacht en rond aan. De bitterheid blijft laag en de afdronk is eerder fris dan scherp. Als een weizen te bitter of te clean wordt, mist hij meestal dat typische tarwe en gistkarakter.

Bij het brouwen van weizen let ik vooral op de vergisting, omdat daar het karakter wordt gemaakt. Met dezelfde stort en hop kun je door temperatuur en gistkeuze toch een heel andere weizen krijgen. Ik stuur daarom liever op een stabiele vergisting en een profiel waarin banaan en kruidnagel elkaar aanvullen in plaats van dat één van de twee alles overneemt.

Mout
Weizen dankt zijn zachte body aan een stevige tarwebasis. Tarwemout geeft een romige structuur en zorgt samen met lichte mout voor een frisse, broodachtige basis. Ik hou donkere mouten meestal weg bij een klassieke weizen, zodat het bier echt licht en doordrinkbaar blijft.

Hop
Hop gebruik je in een weizen vooral om het bier in balans te houden. Ik kies daarom een zachte, neutrale hop en hou de bitterheid laag. Het hoparoma hoort niet op de voorgrond, want dat gaat ten koste van het gistprofiel.

Gist
De juiste weizengist is het halve werk. Die geeft tijdens de vergisting de herkenbare esters en fenolen. Als je een te neutrale gist gebruikt, krijg je een tarwebier, maar geen echte weizen.

Vergisting en rijping
Ik geef weizen liever niet te veel rijping. Deze stijl is op z’n best als hij jong en fris is, met levendig koolzuur en een mooie schuimkraag. Een stabiele vergisting helpt om het profiel zuiver te houden en voorkomt dat het bier te zwaar of te scherp wordt.

Bierstijl - IPA

In het kort

  • Karakter: hoppig en aromatisch, van citrus en tropisch fruit tot hars en den
  • Smaak: duidelijke hopbitterheid met een droge tot medium afdronk en een lichte moutbasis
  • Richtwaarden: meestal 5,5 tot 7,5 procent alcohol en ongeveer 35 tot 70 IBU
  • Hop: hop staat centraal, vaak met late hopgiften en dryhop voor extra aroma
  • Let op: oxidatie maakt IPA snel dof en papierachtig, werk zo zuurstofarm mogelijk
  • Mijn aanpak: ik bouw de bitterheid strak op en focus daarna op aroma met een flinke late hop en dryhop

IPA uitgelegd

IPA is een bierstijl waarin hop de hoofdrol speelt. Je herkent IPA aan uitgesproken aroma’s en smaken die kunnen variëren van citrus en tropisch fruit tot kruidig, denachtig en harsig. De moutbasis is er om balans te geven, maar hoort niet zwaar of zoet te worden. De afdronk is vaak eerder droog dan rond, zodat de hop fris blijft en niet plakkerig aanvoelt.

Ik herken een IPA meestal al bij de eerste geur. Als het goed zit, springt het hoparoma meteen uit het glas en blijft de bitterheid strak zonder dat het wrang wordt. Een IPA mag best stevig bitter zijn, maar het moet wel schoon blijven. Als de bitterheid ruw wordt, of het bier te zoet blijft, zakt het hopkarakter snel weg.

Bij het brouwen van IPA let ik vooral op drie dingen: balans in bitterheid, timing van hopgiften en zuurstof vermijden. Een groot deel van het aroma komt van late hopgiften en dryhop, dus daar valt het meeste te winnen. Tegelijk kan IPA snel achteruit gaan als er zuurstof bij komt, vooral na de vergisting. Daarom werk ik zo rustig en gesloten mogelijk bij overhevelen en bottelen.

Mout
De moutstort hou ik meestal simpel. Een lichte basismout vormt de ruggengraat, met eventueel een kleine toevoeging voor body. Ik voorkom liever te veel karamout, omdat dat de IPA snel te zoet maakt en het hopprofiel minder strak laat overkomen.

Hop
Hop is waar je IPA mee maakt. Ik verdeel hop meestal over bitterheid in het begin en aroma richting het einde van de kook. Daarna kan dryhop het bier nog een extra laag geven. Welke hop je kiest bepaalt het karakter, van citrus en tropisch tot harsig en kruidig.

Gist
Met een schone gist leg je de focus volledig op de hop. Met een licht fruitige gist krijg je een ronder profiel dat mooi kan werken, zolang het niet gaat botsen met je hopkeuze. Ik kies vooral een gist die betrouwbaar vergist en een nette, droge finish geeft.

Vergisting en rijping
IPA drink ik het liefst relatief vers. Na de vergisting geef ik het bier genoeg tijd om te stabiliseren, maar ik laat het niet onnodig lang staan. Met een goede vergisting, een zuurstofarme werkwijze en voldoende koolzuur blijft het hoparoma het langst levendig.

Bierstijl - Tripel

In het kort

  • Karakter: licht tot goudblond, stevig en droog, met een verwarmend alcoholgevoel
  • Smaak: moutig en licht zoetig, met kruidige en fruitige tonen door de vergisting
  • Richtwaarden: meestal 7,5 tot 9,5 procent alcohol en ongeveer 20 tot 40 IBU
  • Gist: Belgische gist die esters en kruidigheid geeft, zonder dat het plakkerig wordt
  • Let op: te warm vergisten geeft snel scherpe alcohol of te veel esters
  • Mijn aanpak: ik mik op een droge finish, een schone vergisting en een zachte bitterheid voor balans

Tripel uitgelegd

Tripel is een Belgische bierstijl die bekend staat om zijn hoge alcoholpercentage en toch verrassend doordrinkbare karakter. In het glas is tripel meestal licht tot goudblond, met een stevige schuimkraag. De smaak is moutig met een zachte zoetigheid, maar het bier hoort niet zwaar of plakkerig te worden. Het typische karakter komt voor een groot deel uit de vergisting, met fruitige tonen en een lichte kruidigheid die mooi samenvalt met een droge afdronk.

Ik herken een tripel vooral aan de combinatie van kracht en elegantie. Je merkt het hogere alcoholpercentage, maar als het goed gebrouwen is blijft het bier schoon, sprankelend en redelijk droog. De bitterheid is aanwezig om de zoetheid in toom te houden, maar hoort niet de hoofdrol te pakken. Als een tripel te zoet blijft, voelt hij snel zwaar. Als hij te bitter wordt, raak je het Belgische karakter kwijt.

Bij het brouwen van tripel let ik het meest op vergisting en vergistbaarheid. Ik wil dat de gist ver door kan werken zodat je een droge finish krijgt, zonder scherpe alcohol. Dat betekent voor mij een goede giststarter of voldoende vitale gist, genoeg zuurstof aan het begin en een gecontroleerde temperatuur. Met een stabiele vergisting blijft het profiel mooi fruitig en kruidig, in plaats van onrustig of solventachtig.

Mout
De basis is meestal een lichte moutstort die het bier zijn kleur en zachte broodachtige ondertoon geeft. Ik hou het simpel en voorkom te veel donkere of karamelmouten, omdat die de tripel snel te vol maken. Het bier moet krachtig zijn, maar wel licht van voet blijven.

Hop
Hop is bij tripel vooral voor balans. Ik kies liever een zachte, kruidige of bloemige hop en stuur op een nette bitterheid. Het aroma mag aanwezig zijn, maar blijft ondergeschikt aan het gistprofiel.

Gist
De gist maakt de tripel. Een Belgische gist geeft esters en kruidigheid, maar je moet hem wel netjes begeleiden. Te warm geeft snel te veel fruit of scherpe alcohol, te koud kan de vergisting stroperig maken. Ik kies daarom voor een gecontroleerde opbouw in temperatuur.

Vergisting en rijping
Tripel heeft baat bij wat rijping. Direct na de vergisting kan hij nog wat scherp zijn, terwijl hij na een paar weken vaak ronder en meer in balans wordt. Ik geef het bier de tijd om te klaren en laat het koolzuur rustig op niveau komen, zodat het sprankelende karakter mooi naar voren komt.

Bierstijl - Barleywine

In het kort

  • Karakter: zwaar en vol, moutgedreven, vaak donker amber tot mahonie
  • Smaak: toffee, karamel, gedroogd fruit en soms een lichte sherry achtige indruk
  • Richtwaarden: meestal 8 tot 12 procent alcohol en ongeveer 35 tot 70 IBU
  • Hop: bitterheid is stevig voor balans, aroma kan variëren van klassiek kruidig tot modern fruitig
  • Let op: jong kan hij scherp en plakkerig zijn, geef hem tijd om rond te worden
  • Mijn aanpak: ik zorg dat hij niet te zoet eindigt en geef hem daarna echt rijpingstijd

Barleywine uitgelegd

Barleywine is een krachtige bierstijl waarin mout de hoofdrol speelt. Het is geen wijn, maar een bier met een hoog alcoholpercentage en een rijke, volle smaak. Je proeft vaak karamel, toffee, broodkorst en gedroogd fruit. Door de hogere alcohol kan er ook een verwarmend gevoel ontstaan. De kleur loopt meestal van diep amber tot donker koper en mahonie.

Ik herken een barleywine vooral aan het mondgevoel. Het bier is stroperiger dan de meeste stijlen, met een lange afdronk waarin mout en alcohol samenkomen. Als hij goed in balans is, houdt een stevige bitterheid de zoetheid in toom. Is die balans er niet, dan wordt het bier snel plakkerig of juist hard en scherp.

Bij het brouwen let ik vooral op vergistbaarheid en tijd. Een barleywine moet krachtig zijn, maar ik wil niet dat hij eindigt als vloeibare karamel. Daarom stuur ik op een vergisting die ver genoeg doorloopt en op een bitterheid die de mout ondersteunt. Daarna komt het belangrijkste: rijping. Met wat geduld wordt de smaak ronder, verdwijnen scherpe randjes en schuift het profiel meer richting gedroogd fruit en toffee.

Mout
De basis is rijk en moutig, vaak met een combinatie van basismout en een deel karamout voor die typische toffee en rozijn achtige tonen. Ik hou geroosterde mout meestal beperkt, tenzij ik bewust een donkerder variant wil.

Hop
Hop is bij barleywine vooral voor tegenwicht. Een stevige bitterheid zorgt dat het bier niet te zoet wordt. Het aroma kan subtiel blijven, of juist wat nadrukkelijker als je richting een modernere interpretatie gaat.

Gist
Je hebt een gist nodig die betrouwbaar kan doorvergisten bij een hoog begin SG. Ik kies liever een gist die schoon blijft en goed uitvergist, zodat de mout rijk blijft maar niet log wordt.

Vergisting en rijping
Een gecontroleerde vergisting helpt om scherpe alcohol en bijsmaken te vermijden. Na de vergisting laat ik barleywine altijd langer staan dan gemiddeld. Juist die extra tijd maakt het verschil tussen een ruwe krachtpatser en een mooi afgerond, complex bier.

Bierstijl - Russian Imperial Stout

In het kort

  • Karakter: pikdonker, vol en intens, met een duidelijk verwarmend alcoholgevoel
  • Smaak: geroosterd en diep, denk aan koffie, cacao en pure chocolade
  • Richtwaarden: meestal 8 tot 12 procent alcohol en ongeveer 50 tot 90 IBU
  • Mout: geroosterde mouten maken het profiel, maar balans is belangrijk om scherpte te voorkomen
  • Let op: jong kan hij hard en branderig overkomen, rijping maakt hem ronder en complexer
  • Mijn aanpak: ik laat hem altijd langer staan zodat geroosterde tonen en alcohol mooi samenkomen

Russian Imperial Stout uitgelegd

Russian Imperial Stout is een zware stout met een volle body, een hoog alcoholpercentage en een uitgesproken geroosterd karakter. In de geur en smaak kom je vaak koffie, cacao, pure chocolade en soms een lichte drop of donkere fruittoon tegen. De kleur is diep zwart en de afdronk is lang, vaak met een combinatie van roast en een zachte warmte van alcohol.

Ik herken een goede Russian Imperial Stout aan de balans tussen intensiteit en drinkbaarheid. Het bier mag stevig en donker zijn, maar het moet niet aanvoelen als verbrande koffie. Als de geroosterde mout te hard binnenkomt, wordt het snel droog en scherp. Zit het goed, dan is het romig, diep en gelaagd, met een bitterheid die de zoetere mouttonen netjes in toom houdt.

Bij het brouwen let ik vooral op twee dingen: hoe ik de geroosterde mouten inzet en hoeveel restzoet ik overhoud. Te weinig body maakt het bier dun en hard, te veel restsuiker maakt het plakkerig. Ik wil dat de stout rijk is, maar wel in balans blijft. En net als bij veel zware bieren geldt hier: tijd doet wonderen. Na de vergisting is hij vaak nog hoekig, maar met rijping wordt het profiel ronder en komt de complexiteit naar voren.

Mout
De basis bestaat uit een stevige moutstort met geroosterde mouten voor kleur en smaak. Ik probeer geroosterd niet alleen “zwart” te maken, maar vooral gelaagd, met cacao en koffie in plaats van as en brand. Een beetje karamout kan helpen om de roast te verzachten en de body voller te maken.

Hop
Hop gebruik ik vooral voor bitterheid en balans. Het hoparoma hoeft niet op de voorgrond, want de geroosterde mout en het alcoholprofiel moeten leidend blijven. Een stevige bitterheid is wel belangrijk om het bier niet zoet te laten aanvoelen.

Gist
Je hebt een gist nodig die betrouwbaar doorvergist in een zwaar wort. Ik kies liever een gist die schoon vergist, zodat de roast en moutcomplexiteit centraal blijven. Een goede vergisting voorkomt ook dat het alcoholprofiel scherp wordt.

Vergisting en rijping
Een gecontroleerde vergisting helpt om bijsmaken en scherpe alcohol te vermijden. Daarna geef ik dit bier altijd rijping. Met extra tijd worden de geroosterde tonen zachter, schuift de smaak richting chocolade en koffie en voelt de alcoholwarmte veel mooier geïntegreerd.

Klaar om zelf bier te brouwen?

Als je net begint met bierstijlen, lijkt veel op elkaar. Toch proef je in de praktijk enorme verschillen in moutigheid, bitterheid, aroma en vooral het karakter dat tijdens de vergisting ontstaat. Dat leer je het snelst door een stijl die je aanspreekt gewoon eens te brouwen en te vergelijken met wat je al kent.

Op onze Zelf bier brouwen pagina vind je alles wat je nodig hebt om te starten. Denk aan uitleg over ingrediënten, het brouwproces, handige tips en recepten. Zo weet je precies welke stappen belangrijk zijn en waar je op moet letten als je een bepaalde bierstijl wilt benaderen.

Wil je het jezelf extra makkelijk maken, dan zijn complete bierbrouw pakketten een fijne start. Je hoeft dan niet te puzzelen welke mout, hop en gist bij elkaar passen en kunt je volledig richten op het brouwen en proeven.

👉 Bekijk de Bierbrouw pakket gids en kies een pakket om te starten

Bierbrouw pakket Blond Plus

Onze best beoordeelde bierbrouw pakket is het bierbrouw pakket Blond. Leer deze bierstijl ook beter kennen en krijg alle benodigede tools erbij.

Bekijk de verdiepende pagina’s over zelf bier brouwen

veelgestelde vragen

FAQ

Er zijn heel veel bierstijlen, maar je kunt ze grofweg indelen in lichte en frisse stijlen, tarwebieren, hoppige stijlen, donkere geroosterde stijlen, zure stijlen en zware stijlen. Denk aan pils en kölsch voor licht en strak, weizen en witbier voor tarwe, IPA en pale ale voor hoppig, porter en stout voor donker, berliner weisse en gose voor zuur, en tripel, quadrupel en barleywine voor zwaar. Binnen elke groep zijn er weer variaties, vaak per land en traditie.

Een bierstijl is een herkenbaar type bier met typische kenmerken, zoals kleur, bitterheid, aroma, body en alcoholpercentage. Die kenmerken komen vooral uit de combinatie van mout, hop, gist en het brouwproces. Een stijl helpt je om bieren te vergelijken en om bij het brouwen een duidelijk smaakdoel te kiezen, zodat je weet welke keuzes in ingrediënten en vergisting belangrijk zijn.

In Nederland worden bieren vaak ingedeeld op kleur en zwaarte, bijvoorbeeld blond, amber en donker, en op alcoholpercentage, bijvoorbeeld licht, zwaar en speciaalbier. In de praktijk zie je ook veel indelingen op smaak, zoals hoppig, moutig, fruitig, zuur en geroosterd. Voor zelf brouwen is die smaakindeling vaak het handigst, omdat je dan sneller uitkomt bij een stijl die je lekker vindt.

De vier basisingrediënten van bier zijn water, mout, hop en gist. Water is de basis van je volume en beïnvloedt onder andere mondgevoel en balans. Mout levert de suikers voor de vergisting en bepaalt veel van de kleur en smaak. Hop geeft bitterheid en aroma. Gist zorgt tijdens de vergisting voor alcohol en koolzuur en geeft ook een groot deel van het karakter, zoals fruitige of kruidige tonen.

Een bierstijl beschrijft een type bier met vaste kenmerken, zoals IPA, weizen of tripel. Met biersoort bedoelen mensen vaak hetzelfde, maar soms ook een bredere categorie, zoals lager of speciaalbier. Als je wilt kiezen of brouwen, is bierstijl meestal specifieker en daardoor handiger dan het algemene woord biersoort.

Het verschil zit vooral in de gist en de vergistingstemperatuur. Ondergistende bieren worden meestal strakker en schoner van smaak en passen vaak bij stijlen zoals pils en andere lagers. Bovengistende bieren hebben vaker een duidelijker gistkarakter, zoals fruitige of kruidige tonen, en komen veel voor bij stijlen zoals weizen, IPA en Belgische bieren. Het is geen kwaliteitsverschil, maar een andere smaakrichting.

Lichte bierstijlen zijn niet extreem afhankelijk van één lastig onderdeel en werken vaak het best. Denk aan blond, witbier of een milde pale ale. Ze zijn toegankelijk, je proeft snel resultaat en je kunt na één batch al gericht verbeteren. Stijlen die veel rijping vragen of heel gevoelig zijn voor zuurstof, zoals zware bieren of sommige IPA’s, zijn vaak beter als tweede of derde project.

Als je fris en doordrinkbaar zoekt, kom je vaak uit bij stijlen met een lichte moutbasis, een schone vergisting en een zachte bitterheid. Denk aan pilsachtige stijlen, kölsch of een licht blond bier. Ook witbier kan heel fris zijn door de tarwe en kruidige accenten, zolang het niet te zwaar wordt.

Binnen de hoppige hoek staan IPA en verwante stijlen meestal bovenaan. Daar draait het om hoparoma en hopbitterheid, met geuren die kunnen variëren van citrus en tropisch fruit tot denachtig en harsig. American pale ale zit vaak iets lager in intensiteit, maar kan nog steeds duidelijk hoppig zijn.

Voor donker en geroosterd kom je al snel bij porter en stout uit. Daar zorgen geroosterde mouten voor smaken als cacao, koffie en pure chocolade. Russian imperial stout gaat nog een stap verder met meer body en een hoger alcoholpercentage. Het verschil zit vaak in intensiteit en mondgevoel, niet alleen in kleur.

Omdat er binnen een stijl speelruimte is in ingrediënten en proces. Een andere hopkeuze geeft een heel ander aroma, een andere moutstort verandert body en kleur, en een andere gist kan de vergisting meer fruitig of juist schoner maken. Ook waterprofiel, vergistingstemperatuur en rijping spelen mee. De stijl is het kader, de uitvoering bepaalt het exacte karakter.

De bekendste types die je veel tegenkomt zijn pils en andere lagers, blond en Belgische stijlen zoals dubbel en tripel, tarwebieren zoals witbier en weizen, hoppige bieren zoals IPA en pale ale, en donkere bieren zoals porter en stout. Dat zijn brede groepen waarbinnen je weer veel specifieke bierstijlen vindt.